het ik-centrum - de kern van het ‘probleem'

“Leven vanuit het ik-centrum is leven in de illusie dat je een iemand bent. Een iemand die los staat van ieder ander en los is van het leven als geheel. Het is vanwege deze illusie dat de meeste mensen zich niet heel levendig voelen en een leven lang in een droomtoestand verkeren die vanwege de stress die dit ik-centrum creëert soms meer weg heeft van een nachtmerrie. De bevrijding vindt plaats ofwel door de fysieke dood bij sterven ofwel door de psychische dood bij leven. In beide gevallen lost het ik-centrum op en beide vormen van de dood leiden naar de bevrijding hiervan. Deze bevrijding tijdens je menselijke bestaan te ervaren is wakker worden in de realiteit waar je ten diepste tot leven komt.”


Het ik-centrum wordt ook wel het ego genoemd. Ik noem het het ik-centrum omdat het woord ego vaak een negatieve lading heeft en te beperkt wordt begrepen. Het wordt veelal gezien als iets slechts en gekoppeld aan gedrag dat anderen benadeeld ten voordele van zichzelf. Egoïstisch noemen we dat dan. Hoewel het ego zichzelf altijd centraal stelt, is dit maar een beperkt beeld van het ego wat ook nog eens niet altijd waar hoeft te zijn. Anderen bevoordelen ten koste van jezelf is net zo goed een eigenschap van het ego. Alleen wordt dat niet aangeduid met egoïsme en vaak verward met goedheid omdat het ten voordele van de ander uitpakt. Goedheid is namelijk doen wat goed is in de zin van doen wat de waarheid dient en dat is niet altijd hetzelfde als de ander bevoordelen ten koste van jezelf. Waarom we het toch doen is omdat het veelal geprezen wordt in onze maatschappij en zo voelt het ik-centrum zich beter over zichzelf. Het ik-centrum is er namelijk altijd op uit om zich goed te voelen … ten koste van anderen of ten koste van zichzelf.

Het ik-centrum is niets anders dan een innerlijk referentie punt dat zichzelf aan de lopende band vertaald naar het illusionele idee een solide ik te zijn. Kortweg doet het dat door identificatie met gedachten en gevoelens en met het lichaam. Met illusioneel bedoel ik dat het niet de complete waarheid is. Het ik-centrum heeft twee kernmotivaties; het wil pijn voorkomen en/of genot verkrijgen. Van heel subtiel tot in het meest extreme. De agenda van het ik-centrum is altijd op deze twee motivaties gericht. Het ik-centrum bestaat eigenlijk niet echt want je kunt het nergens vinden. Het is een staat van bewustzijn waarbij alle ervaringen gefilterd worden door een innerlijke referentiepunt wat heel persoonlijk gekleurd is vanwege de omstandigheden waarin iemand is opgegroeid en de ervaringen die zijn opgedaan in het verleden en de daardoor ontwikkelde denkpatronen en strategieën. Wat dat betreft zijn er geen twee mensen gelijk ook al hebben ze nog zo veel gemeen. Doordat alle situaties worden gefilterd door dit innerlijke referentiepunt, ontstaat er een persoonlijke realiteit. Interpretaties die gekleurd zijn door de filters van het verleden en die dus een bepaalde kleur leggen over de realiteit van het heden waardoor de werkelijke kleur veranderd.

Voorbeeld: iemand heeft ooit als kind een haal gehad van een kat en is daar enorm van geschrokken. Later in de tijd komt het nieuws dat de kat van een vriendje is weggelopen. Het vriendje is enorm verdrietig want hij beschouwde de kat als zijn beste vriend. Deze persoon die verder geen bijzondere ervaringen met katten heeft, ontwikkelt een aversie tegen katten omdat hij of zij op basis van deze twee incidenten de conclusie heeft getrokken dat het gemene en bovendien onbetrouwbare dieren zijn. Hij of zij ziet iedere kat door het filter van deze overtuiging, zonder het dier werkelijk te kennen. De bril waardoor hij of zij kijkt naar een kat, is door de persoonlijke ervaring van het verleden ingekleurd en is dus niet de waarheid. Door te ervaren in labels en concepten, wat de natuur is van het ik-centrum, leven we dus niet in verbinding met de werkelijkheid maar in het verleden. We plakken als het ware het verleden over het heden heen. Daardoor  reageren we vanuit de ervaringen en conclusies van het verleden wat de mogelijkheden in het heden natuurlijk enorm beperkt en begrenst omdat we niet aangesloten zijn op het heden. De filtering kan zowel plaatshebben naar aanleiding van ervaringen in het verleden die als positief ofwel als negatief werden ervaren. Alhoewel de eerste vaak een prettigere ervaring in het heden oplevert, is het nog steeds een filter en dus een vervorming waardoor vroeg of laat blijkt dat de realiteit niet helemaal conform de interpretatie was. Echter, het innerlijk referentiepunt is vooral gericht op wat het niet plezierig vindt. Vraag maar eens naar iemands vakantie. Meestal krijg je tot in detail, als eerste te horen wat er niet naar wens was en pas dan volgt een algemene beschrijving over hoe fijn het was. Of als iemand tien complimenten krijgt en één kritische opmerking, is het de kritische opmerking die veelal de meeste aandacht krijgt en vaak vervormd wordt tot iets negatiefs doordat het ideeën kan oproepen van ‘niet goed genoeg zijn’ en het onzeker maakt.

Het lastige is dat als het ik-centrum eenmaal iets gelooft, het niet of nauwelijks openstaat voor een andere conclusie. Het bewijs dat iets anders ook waar is, wordt veelal genegeerd en aangezien de focus is op wat het gelooft, vervormt het de werkelijkheid en krijgt het dat vervolgens bevestigt in het leven. Hierdoor verankert de overtuiging alleen nog maar dieper en blijft iemand deze illusie als zijn of haar werkelijkheid creëren.  Daarnaast is veelal het volgende van toepassing t.a.v. het opbouwen van overtuigingen: iets gebeurt een keer en dan is het zo. Iets gebeurt twee keer en dan is het heel vaak zo. Iets gebeurd drie keer en dan is het gewoon altijd zo waardoor andere uitkomsten of mogelijkheden veelal voor goed worden uitgesloten. Alweer een enorme beperking.

 Tot zover kort samengevat: ik-centrum is dus een staat van bewustzijn waarin we onszelf compleet hebben geïdentificeerd met ons lichaam, onze gevoelens en onze gedachten. Ons verhaal over wie we zijn, gebaseerd op wat we over onszelf geloven met betrekking tot de ervaringen van ons persoonlijke verleden. Dit verhaal plaatst het ik-centrum in verhouding tot de rest van de wereld en bepaald zo zijn positie zoals ook in het geval van het hiervoor beschreven voorbeeld van de kat. Het is niet nieuwsgierig hoe het dit keer anders kan zijn, het is altijd bezig om een vorm van leed te voorkomen of een vorm van genot te verkrijgen of bevestigt te zien waarin het gelooft, ook al betekent dit leed voor zichzelf en/of anderen. Het heeft namelijk graag gelijkt. Het heeft dus altijd een agenda.

Emoties en gevoelens die zich afspelen in het lichaam en getriggerd worden door gedachten maken de beleving van die gedachten heel echt en dient voor het ik-centrum vaak als ondersteuning en bewijs dat het echt waar is wat het gelooft. Iets voelt naar dus moet het wel de waarheid zijn dat het naar is. Het heeft niet in de gaten dat wat naar voelt slechts een herinnering in het lichaam is van een nare ervaring uit het verleden dat nu wordt getriggerd. Wat naar is, is niet van nu maar het nu gezien door het filter van de pijn van het verleden. Het is niet in het nu leven, maar het verleden herbeleven. Dit blijft zichzelf herhalen net zo lang tot het zuivere bewustzijn wakker wordt uit de droom van het ik-centrum en zich begint af te vragen: “Is het waar wat ik geloof?” Om zo te ontdekken dat het niet zo is en het voortkomt uit een gedachtenspinsel van het verleden wat nu stress veroorzaakt. Een illusie.

Door de gedachtenspinsel te onderzoeken op waarheid (wat een stevig proces kan zijn door allerlei verstrikkingen die hiermee kunnen samenhangen) en het vervolgens te zien voor wat het is, lost het beperkende filter op en kan de oude opgeslagen verkramping die in het lichaam was opgeslagen, ontspannen. De verwarring of illusie is ontrafelt en doorvoelt in lichaam en geest waarna de betreffende beperkende gedachten los laat en geen grip meer heeft op het emotionele systeem. Het is neutraal. Dit is een zeer beknopte beschrijving van zelfonderzoek. Stress en andere narigheid die ervaren worden in lichaam en geest zijn dus alleen maar illusies en onwaarheden. Plaaggeesten en soms zelfs demonen als je ze gelooft en er naar handelt, maar als je alert bent dan is iedere pijn een signaal om te onderzoeken wat je gelooft. De verwarring wil namelijk ontwart worden. Wat krom was wil recht worden. Het donker wil in het licht komen. Het is een oprechte uitnodiging van het leven om tot waarheid en dus tot het ware leven te komen.

Door de identificatie met lichaam en gedachten ervaart het ik-centrum, diegene die je gelooft te zijn, dat het afgescheiden is van het leven buiten zichzelf. Daardoor denkt het te moeten vechten voor overleving. Het moet als het ware overeind blijven, onaangetast want het heeft veel geïnvesteerd in de creatie van dit zelf-imago. Een zelf-imago opgebouwd uit een verhaal over wie het was in het verleden en wie het zal zijn in de toekomst, wat bepaalt wie het is en waar vandaan het handelt in het nu. Vol van overtuigingen en ideeën en meningen t.a.v. zichzelf en de buitenwereld. Dit alles moet in stand gehouden worden totdat er iets diepers van binnen wakker wordt en de illusie begint te wankelen. Tot die tijd is het dus bezig om de illusie in stand te houden. Vandaar dat menig mens alles zo persoonlijk neemt en dus als iemand anders een andere mening heeft of de eigen mening wordt bekritiseerd dan valt het ik-centrum aan of verdedigd het zichzelf want geen gelijk hebben is als verliezen voor het ik en wordt ervaren als een moment van bedreiging voor zijn bestaan. Het is een lichte vorm van doodsangst en ligt in het verlengde daarvan.

Toen je geboren werd als baby was je vrij van dit ik-centrum. Je had geen innerlijk referentiepunt, geen ik, geen afscheiding van dat wat buiten je eigen lichaampje was en daarmee was je compleet verbonden met het leven. De bron van waarheid, liefde en vrijheid. Zij het onbewust, leefde je in de werkelijkheid dat je het leven zelf bent. Je leefde je natuurlijke staat van bewustzijn wat ook wel de verlichte staat wordt genoemd. Je volgde de impulsen van het leven. Bijvoorbeeld huilen bij honger en dorst en een lach als natuurlijke resonantie met een liefdevolle blik of grappig gebaar van de ander ... overgave aan al je impulsen.

Je ontwikkelde een ‘ik’ toen je je peuterfase inging. Je ontdekte dat jouw naam alleen betrekking had op jou en je werd verteld dat jij dat lichaampje was dat vanuit de spiegel terugkeek. Je riep: “mijn!” en claimde daarmee wat je hebben wilde. Ook ontdekte je dat als je niet luisterde naar je naam of niet beantwoorde aan wat je ouders of wie dan ook van je wilde, dat dit gevolgen had. De ander werd misschien ongeduldig of zelfs boos waardoor een verkramping ontstond in de ander die zich daarmee van jou afsloot. De ander stapte uit de verbinding van waarheid, liefde en vrijheid. Jij geloofde onbewust de verwarring van de ander en voelde de verkramping van de ander in je eigen lichaampje. Nu ging je geloven dat om de liefde in jezelf te kunnen blijven voelen, je het nodig had dat de ander niet zou verkrampen en in de liefde bleef. Om dat te bewerkstelligen deed je dus lief. Een vorm van manipulatie, zij het vanuit onschuld. 

De innerlijke, ware en vrije liefde verplaatste zich naar de buitenwereld en werd zo voorwaardelijke en afhankelijke liefde. Je vervreemde van je eigenheid van liefde, waarheid en vrijheid en raakte in de illusie ook afgescheiden te zijn net als de volwassenen om je heen. Het idee van een separaat ikje en het los zijn van het leven om je heen verstevigde zich door de opeenvolging van dergelijke ervaringen met anderen. Onbewust werd angst onderdrukt want je los voelen van het leven voelt oncomfortabel. Het voelt naar omdat je op dat moment uit balans bent met de waarheid. Zoals al eerder gezegd alles wat we voor waar aannemen wat niet de waarheid is, heeft een uitkomst die pijnlijk is. Het leven is waarheid en jij bent leven en dus is waarheid ook onderdeel van jouw essentie, ofwel jouw eigenheid. Als we waarheid dus inruilen voor dat wat niet waar is zijn we dus weg bij onze eigenheid en dat voelt altijd pijnlijk. Die pijn is een signaal om ons daar op attent te maken

Als kleintje wilde je dus de liefde voelen die zo natuurlijk was vanuit totale verbinding met het leven. Toen je in de illusie van identificatie terecht kwam, heb je geleerd compromissen te sluiten om een vorm van liefde, goedkeuring of waardering te krijgen. Om iets te kunnen voelen van die eenheid en verbinding die zo fijn en vertrouwd was. Of om juist dingen te verbergen omdat je bang was voor afkeuring of andere pijnlijke consequenties waarin harmonie en liefde verstoord werden.

De meeste mensen worden niet wakker uit deze illusie uit de kindertijd en door de jaren heen verstevigd de identificatie met het ik en alles waar het in gelooft, zich alleen maar meer. Dat is waarom de meeste volwassenen nog steeds op zoek zijn naar liefde, goedkeuring en waardering van de buitenwereld. Echter inmiddels is dit eenvoudige kinderpatroon door de jaren heen uitgegroeid tot een complex en vaak ook subtiel patroon. Het is als het ware meegegroeid met de persoon zelf waardoor het zo vergroeid is met de persoonlijkheid dat het heel vanzelfsprekend is voor diegene. Mensen zijn gaan geloven dat het bij ze hoort. Niet dus.

Deze illusie heeft altijd leed tot gevolg want hiermee hebben we ons afhankelijk gemaakt van de buitenwereld. Als de buitenwereld de liefde, goedkeuring of waardering niet geeft waarnaar we verlangen, voelen we ons niet heel en dat voelt pijnlijk. Het voelt wederom pijnlijk omdat het niet waar is. Het is sowieso een onwaarheid dat we ook maar iets van de buitenwereld nodig hebben om heel te zijn. We zijn het namelijk al. Als baby en als volwassene. Er is niemand die geboren is, die niet compleet is. Het verschil tussen baby en volwassene is de illusie van het ik-centrum, dat speelt nog niet in je prilste leeftijd.

We rijken dus naar de buitenwereld voor de liefde en die toevoer is nooit stabiel, want soms krijg je wat je wilt en soms niet. Die afhankelijkheid resulteert in je gelukkig voelen en dan weer ongelukkig. Je bent als een jojo in handen van wie of wat je omhoog werpt maar na de hoogte komt steevast de val. Bovendien voelt het nooit compleet omdat de liefde die zo compleet voelt en waarnaar we onbewust op zoek zijn alleen te vinden is binnen onszelf. Zoals Byron Katie, een wijze vrouw, zo mooi verwoord: “We zijn zelf de liefde van ons leven.” En om dat te kunnen ervaren is het belangrijk om te sterven van het ik-centrum. Te sterven van de angst los te staan van het leven en de beperkende filters tussen onze oren. Dan kan de onvoorwaardelijke liefde en het leven zelf vrij door ons heen stromen en ervaren worden zonder de blokkades van verkramping als oude herinneringen die het ik-centrum opwerpt in ons systeem. Het is leven in totale vrijheid vanuit verbinding met het leven. Niet langer leven onder het juk van het bedachte zelf, met al zijn ideeën, voorwaarden, overtuigingen, verhalen, oordelen, beperkingen, verkrampingen, die zo waar en belangrijk lijken maar waar het leven zelf zich maar weinig van aantrekt. 

De realiteit van het leven komt meestal niet overeen met de bedachte agenda van het ik; wat, hoe en met wie het wil ervaren om zich goed te kunnen voelen. Hierdoor leeft men steeds in onzekerheid en in een vorm van stress want het ik-centrum wil controle houden over alle variabelen die van invloed zijn op wat het hebben wil. Vandaar dat we denken controle te hebben over het leven als het leven gaat zoals we dat willen. Die controle is een illusie want het volgende moment gebeuren er onvoorziene dingen die ons niet bevallen en is die schijnbare controle weg. In werkelijkheid is de controle er nooit geweest. Je kunt het vergelijken met achter het stuur zitten van een auto en denken dat jij bepaald waar de auto heen gaat zolang de auto de afslagen neemt overeenkomstig jouw sturen. Dan rem je en stuur je naar links maar de auto rijdt op volle snelheid rechtdoor. Je ontdekt dan dat het stuur in je handen los is van de auto en dat de rem nooit verbonden was met de wielen. In plaats van achterover te gaan zitten en nieuwsgierig te zijn waar de auto ons heen brengt, schieten we in de stress. Stress omdat we controle willen houden. Vaak zijn we zo vergroeid en geïdentificeerd met deze stress dat we er niet eens bewust van zijn dat we er mee leven. We herkennen het pas als het wegvalt. Het is de rust en stilte die je ervaart als iemand ineens de ventilator uitzet terwijl je geen idee had dat die al die tijd nog aanstond. Zo heerlijk stil!

Hetzelfde geldt voor geluk. Veel mensen zeggen gelukkig te zijn en geloven dat ook werkelijk. Echter zolang het ik-centrum er nog tussen zit, is deze vorm van geluk zeer beperkt want het beperkt zich tot de voorwaarden van het ik. Geluk lijkt dan meer op een concept dan op een beleving. Het voorzien zijn in bepaalde behoeften die overeenkomen met de voorwaarden die de mind aan geluk stelt zoals ik ben gezond, ik heb een baan, een volle buik en een dak boven m’n hoofd. Ik kan op vakantie en kopen wat ik wil. M’n kinderen doen het goed op school en zijn niet aan de drugs en m’n partner en ik zijn nog bij elkaar. Als dat je levenssituatie is, heb je natuurlijk geen enkele reden om ongelukkig te zijn want alles lijkt comfortabel en relatief veilig. De definitie van geluk is voor velen dus niets anders dan comfort en veiligheid want als je een beetje doorvraagt dan blijkt er voor de meeste mensen toch iets te ontbreken. Ergens is iets dat niet bevredigd is en uitreikt naar meer. Iets dat op zoek is. Iets dat van binnen twijfelt en iets dat knaagt. Het leven beleven door het innerlijke referentiepunt, is namelijk nooit genoeg omdat het ik-centrum nooit vervult kan raken want het probeert iets te zijn wat het niet is en kan dat ook nooit bereiken. Het is als een maatpak dat probeert jouw lichaam te zijn en ook nog gelooft dat het dat is. Er is niets fout aan het maatpak maar het is slechts een pak en niet het lichaam. Het maatpak voelt zich daarom nooit genoeg en dat kan ook niet anders want het probeert iets te zijn wat het niet is.  

Die vervulling en compleetheid ontstaat pas als het ik-centrum uit de weg gaat. Als je het maatpak uittrekt en volledig naakt bent om te ontdekken dat je nooit het maatpak was. Daarna trek je het maatpak weer aan maar je bent er niet langer meer mee geïdentificeerd. Je draagt het omdat het functioneel is. Het maatpak is niet langer bezeten van voorschriften, eisen of oordelen. Het weet dat het slechts een maatpak is, een omhulsel en verward dat niet meer met wie het aanpak aanheeft. Het maatpak is dan alleen maar praktisch, het is je persoonlijke make-up met voorkeuren en ideeën maar je bent er niet meer aan gehecht. Het is niet langer meer persoonlijk en daardoor ben je vrij. Geen stress maar openheid naar hoe het leven zich ontvouwt want je ervaart immers dat leven wat zich ontvouwt zelf te zijn. De behoefte om achter het stuur te zitten is weg.

Echter vaak is men niet bewust van wat die compleetheid is waar we bewust of onbewust naar op zoek zijn zolang we leven in de illusie van het ik-centrum. Die compleetheid wordt wel in de babytijd ervaren maar kan men zich niet meer herinneren op latere leeftijd. Tegen die tijd is het ik-centrum zo stevig verankerd en de filtering dusdanig dat het door de meeste mensen niet meer wordt ervaren. Zo hebben we geen idee meer wat de ervaring van compleetheid inhoud. Het is vergeten. Echter wanneer het ook maar voor één seconde wordt ervaren door een moment van opening dan herkent iedereen die dit onmiddellijk als een openbaring. Een openbaring van compleetheid brengt totale ontspanning en een intens gevoel van vrijheid die niet te missen is, ook al was het maar voor heel kort. Je was even wakker uit de droom van het ik-centrum. Vaak zijn mensen hierdoor zo geraakt dat ze die ervaring niet meer kunnen loslaten. Besmet door het ‘waarheidsvirus’, zou je kunnen zeggen, gaan ze op zoek naar de betekenis hiervan en dit kan een begin zijn van het bewuste proces naar zelfrealisatie.

Over het algemeen leven en ervaren de meeste mensen vanuit het hoofd. De mind wat slechts in concepten kan beleven en geen werkelijke liefde of vervulling/geluk kan ervaren. Het kan slechts checken, en doet dat ook voortdurend, of de omstandigheden voldoen aan de voorwaarden die het ik-centrum stelt aan bijvoorbeeld het concept geluk. Meestal komt het neer op zolang het leven mij geeft wat ik wil en niets van mij afneemt dan wordt angst in de vorm van stress niet in mij aangeraakt en voel ik me niet bedreigd zodat ik me kan ontspannen

Deze ervaring van ontspanning is voor de meeste mensen al een vorm van geluk maar staat tot geen verhouding van de potentiele vervulling wat geluk in wezen is, die we als mens kunnen ervaren. Een vorm van welzijn die zo compleet, vrij, liefdevol en intelligent is dat het ratio het niet kan bevatten. Wanneer het ervaren wordt, kan onze mind er ook niet zo veel mee. Het maakt duidelijk hoe we gewend zijn om alleen door middel van onze de mind te ervaren in plaats van met ons hele wezen. Bovendien is de mind alleen maar op zoek naar een soort van kick als voldoening wat ontstaat als het iets bereikt en dus verkrijgt of heeft voorkomen. Dan voelt het ik-centrum wat zich heeft geïdentificeerd met de mind, zich goed over zichzelf. De ervaring van bijvoorbeeld geluk zonder oorzaak heeft geen relatie met onze mind. Het gaat de mind te boven. Je voelt je goed en ervaart tegelijkertijd dat de mind daar niet bij betrokken is wat een vreemde ervaring kan zijn.

Ook leven de meeste mensen zo in hun hoofd dat ze totaal uit verbinding zijn met hun intuïtie. Uit verbinding met de intelligentie van hun innerlijke wereld waar de waarheid te vinden is van wat geleefd wil worden om werkelijk vervulling te kunnen ervaren. Deze waarheid omtrent wat iemand ten diepste vervuld en dus gelukkig maakt, houdt geen rekening met hoe iemand is geconditioneerd en de daaruit ontstane conceptuele ideeën en randvoorwaarden ten aanzien van vervulling. Deze zijn slechts gecreeerd door het ik-centrum in combinatie met de regels en wat acceptatievoorwaarden voortkomend uit wat sociaal maatschappelijk is gewenst. Dit laatste is een afspiegeling van het collectieve ik-centrum. Vandaar dat wat ten diepste geleefd wil worden door iemand enorm kan botsen met de geconditioneerde overtuigingen en ideeën van het eigen ik-centrum. Iemand voelt dat wat geleefd wil worden niet overeenkomt met de waarden en normen van het ik-centrum of van het collectieve ik-centrum. 

Een eenvoudig voorbeeld is dat een meisje een diep verlangen voelt om danseres te worden. Echter zij groeit op in een gezin waar beide ouders accountant zijn en besloten hebben dat je met beroepen die gebaseerd zijn op kunst geen behoorlijke bestaan kan opbouwen. Ook kijken de ouders neer op een dergelijk kunstenaars bestaan omdat zij geloven dat geluk verkregen wordt door materieel bezit. Het meisje zelf is dit door de verhalen en leefwijze van het gezin waarin zij opgroeit ook gaan geloven en zo heeft ze de weg naar danseres afgesloten en heeft ze haar potentieel als danseres nooit ontdekt. Niet alleen haar potentieel wat betreft haar dans kwaliteiten maar ook haar potentieel ten aanzien van het ervaren van voldoening. Ze heeft gekozen om haar ouders in hun voetsporen te volgen en is zelf ook accountant geworden. Misschien heeft ze zo een fantastische carrière en toch vraagt ze zich af waarom ze zich nooit echt compleet en voldaan voelt, met alle gevolgen van dien. Het maakt duidelijk dat dit ook kan leiden naar depressies of andere vormen van onbalans waar compensatie voor wordt gezocht. Het kan onderdeel zijn van de oorzaak waarom mensen verslaafd raken aan van alles en nog wat om het gat van onvervuldheid op te vullen zonder zich bewust te zijn van de diepere oorzaak. De aantrekkingskracht die voortkwam uit intuïtie met betrekking tot een bestaan als danseres is immers lang geleden geblokkeerd geraakt en vergeten. 

Dat is enorm pijnlijk want zo wordt de waarheid van iemands eigenheid en dus geluk onderdrukt, vervormt en dus ontkent. “Als we God in onszelf onderdrukken dan veranderd deze in een demon die zich verborgen houdt in de schaduw en daar een eigen leven gaat leiden.” Wat zeggen wil dat als we de waarheid van wat geleefd wil worden onderdrukken dan resulteert dit altijd in menselijk lijden. Dat wat onvervuld blijft gaat in vervorming een andere uitweg zoeken. Geen uitzonderingen. Dit gebeurt ofwel via verslavingen in alle denkbare vormen, die een voortvloeisel zijn van dat wat we onbewust onderdrukken ofwel we leven dat wat we niet accepteren in onszelf in het geheim wat ook pijnlijk is.

Seksualiteit is hierin een mooi voorbeeld. Vanwege het taboe dat op deze behoefte rust in onze wereld ontstaat er enorm veel onderdrukking die meestal niet resulteert in liefde maar in leed. Hoeveel mensen worstelen niet met zichzelf en hun omgeving om zich vrij te voelen hun seksuele geaardheid te leven wanneer ze zich aangetrokken voelen tot hetzelfde geslacht of beide sekse. Of mensen die behoefte hebben aan meer dan één partner terwijl ze heel veel houden van hun huidige partner. In veel relaties is hier geen openheid en ruimte voor vanwege angst om deze waarheid aan te gaan. Bang voor verlies, oordeel en afwijzing. Het staat zo haaks op “hoe het hoort”. Maar de waarheid wil toch vervult worden en dus houden we er niet transparante relaties op na en wordt iets dat openlijk geleefd wil worden verbannen naar het schaduwrijk. Pijnlijk want we verbergen onze waarheid voor de mensen met wie we ons het meest verbonden voelen en kiezen voor een leugen waardoor we ook de verbinding met onszelf verliezen. Uiteindelijk resulteert dit altijd in leed voor alle betrokkenen. De waarheid heeft nu eenmaal de eigenschap dat het altijd naar het licht wil komen. Zowel de pure waarheid als de waarheid dat er vervorming heeft plaatsgevonden door middel van het verbergen of vertellen van verhalen die niet waar zijn.

Wat geleefd wil worden door onze essentie is over het algemeen geen keuze van het ik-centrum, maar ontvouwt zich. In het gunstigste geval zit het ik-centrum met de eigen agenda niet al te veel in de weg en kan de geconditioneerde mind er mee overeenstemmen zodat het ruim baan krijgt. Het ik-centrum dat alles filtert door wat het geleerd en ervaren heeft over geluk of wat de maatschappij ‘verkoopt’ als geluk en daaraan vervolgens probeert te voldoen. Hier ook in vele gevallen genoegen mee neemt omdat het einde van dit traject buiten bereik lijkt. Er is altijd een nog mooiere auto, een groter huis, vaker en verder weg op vakantie en een aantrekkelijkere partner .

Gelukkig zijn die mensen die alles hebben bereikt ten aanzien van bedacht geluk en ontdekken dat ze nog steeds niet dat geluk hebben gevonden waarvan ze intuïtief weten dat het mogelijk is. De buitenwereld kan hen in niets meer vervullen. Dat kan een opening zijn naar de zoektocht naar binnen. Naar innerlijke waarheid en vervulling die daar te vinden is; in de realiteit, ongeacht auto, huis, vakantie of partner.

Gelukkig zijn de mensen die keer op keer falen in het bereiken van de geluks-doelen die ze zich zelf stelden waardoor het ego keer op keer geconfronteerd wordt dat het zelf niet de maker is van de voorwaarden voor het bedachte geluk. Zo geeft de drive van het ego het hopelijk op een dag op waardoor er overgave ontstaat aan de realiteit van het leven. Dit levert een diepere ervaring van geluk of beter gezegd, vervulling op. Het laat tevens zien dat het leven niet geeft wat het valse zelf ofwel het ik-centrum wenst maar geeft wat je nodig hebt om bewust tot je diepste zelf te komen. Te ontdekken dat jezelf alles bent waarnaar je hebt verlangt. Dat het niet geluk was wat je nastreefde maar de totale staat van welzijn wat ongeacht welke omstandigheden ook, altijd beschikbaar is in het leven. Het is namelijk de fundering van het leven en dus ook van je persoonlijke bestaan. Het is daar, als het innerlijke referentie punt oplost. Ook al is dit maar tijdelijk.

 

Het ik en de leegte.

Het leven in de ban van het ik-centrum is als een dans om een leeg gat. Het ik-centrum wil zo ver als mogelijk bij deze leegte vandaan blijven. Deze leegt omarmen is namelijk de doodsteek voor het ik-centrum. Het is hoe de illusie een afgescheiden ikje te zijn, verbroken wordt. Het ‘ik’ is bang voor deze leegte omdat het intuïtief weet dat het daar in oplost, het kan de illusie daar niet langer in stand houden en het heeft te veel geïnvesteerd in deze illusie dat het dat niet zomaar wil opgeven. Het is werkelijk waar het ik-centrum sterft. Ook wel de mentale dood genoemd. Vandaar dat het ik-centrum voortdurend op zoek is naar afleiding om zichzelf bezig te houden. Dat lukt heel goed in deze tijd van informatie via sociale media en internet in het algemeen. Het is altijd op zoek naar entertainment om maar niet bij de onwaarheid van zichzelf te hoeven zijn waar deze leegte voelbaar is. 

De paradox is juist dat als we de sprong nemen en door deze deur gaan door ons over te geven aan deze leegte, dat deze leegte niet zo leegt en kil is als het ik-centrum het ervaart wanneer het aan de poort staat. Deze vervormde ervaring ontstaat door de weerstand tegen de leegte als angst voor het onbekende en de voelbare grootsheid ervan. Het is het gevecht tegen de waarheid van ons bestaan want je kunt het ik nergens vinden. Het is een bedacht verhaal gebaseerd op verleden en toekomst. Het is daarom dat de meeste mensen niet in het nu leven want daar kan de illusie van het separate ikje niet in stand gehouden worden. Het heeft verleden en toekomst nodig om te kunnen bestaan. Het samenvallen met de leegte brengt dit tot een einde want hier bestaat geen verleden of toekomst zoals de mind dat ervaart. Hier is alleen een groot continuüm van het heden.

- Angelique Romeijn

© angelique romeijn