de kersenboom - verhaal over overgave & fysiek sterven

Ze zat in haar stoel en keek vanachter het keukenraam naar de tuin waarin alles dat ooit bloeide en groeide leek dood te gaan. De winter was in aantocht. Haar hart ging uit naar de oude kersenboom. Ze voelde zich dankbaar voor de schoonheid van deze weelderige boom die als een sieraad was voor de oude stadstuin. In de lente was ze de bruid met een overdaad aan witte bloesem. Zo wonderschoon en maagdelijk dat ze niet anders kon dan haar elk seizoen opnieuw de liefde verklaren wanneer ze met een kop thee in de tuin had gezeten. De witte broods-weken duurde een week, dan liet de boom haar pracht los en zegende ze de tuin met de bloesemblaadjes die bij elke bries wind als confetti naar beneden dwarrelden. Het had iets van magie en feest tegelijk.

Daar dacht de buurvrouw overigens heel anders over. Ze mopperde dat de boom elk voorjaar zo’n rommel gaf en dat de wortels reikten tot in haar tuin waardoor de tegels van haar terras omhoog kwamen. “Ik ben als de dood dat ik er m’n nek nog eens over breek”, was steevast haar dramatische slotzin. Ze moest glimlachen bij de gedachte aan de buurvrouw want zowel zij als de kersenboom hadden zich er niets van aangetrokken en de bruidsceremonie was dus elk jaar gewoon doorgegaan. 

Haar bloesem maakte na een aantal weken plaats voor een fris groene deken van bladeren wat een dak vormde waardoor een tuinkamer ontstond. Zo veranderde kersenboom van bruid naar beschermvrouwe op warme zomerdagen. De kersen waren een feestmaal voor de vogels en menig kuikenkind was vanuit een nest tussen haar weelderige takken uitgevlogen. 

De herfst zorgde voor een zee aan goud, geel en bronzen blad. Op het laatst fragiel wiebelend aan de takken en vervolgens rottend op de vochtige tuingrond. Dit jaar was het laatst vergeelde blad uitzonderlijk lang blijven hangen. Het hing er nog steeds en intuïtief wist ze dat wanneer dit blad zou loslaten om definitief de winter in te luiden, haar tijd gekomen was om dit leven eveneens los te laten. 

Ze keek naar de verrimpelde huid van haar handen, bleek en vlekkerig. “Oud en versleten”, hoorde ze zichzelf fluisteren, “net als de rest”. Ze staarde naar de reflectie in het raam dat broos naar haar glimlachte. Ze werd magerder met de dag maar dat kon haar niet schelen. “Dat is slechts de buitenkant”, had ze aan haar kinderen uitgelegd toen ze haar afscheid had aangekondigd. “Van binnen voel ik me vol en rijk en daar gaat het om want dat neem ik mee.” Ze was er niet zeker van of de anderen haar echt hadden begrepen. “Je moet wel blijven eten hoor mam”, had haar dochter verdrietig en dwingend gezegd. “Doe het dan in ieder geval voor ons.” “Ja, je moet nog wel blijven hoor, we kunnen nog niet zonder je.” Had haar schoonzoon daaraan toegevoegd en de anderen hadden instemmend geknikt. En dat was het dus … zij ging dood en haar kinderen waren verdrietig vanwege de gedachte haar te moeten missen. Ze leken meer bezig met wat het gemis voor henzelf betekende dan dat ze aandacht hadden voor wat de beleving van dit afscheid voor haarzelf betekende. Ze begreep het wel, maar het was ook dat ze hierdoor het idee had dat ze de mentale voorbereiding op haar dood niet werkelijk met hen kon delen. Toch voelde ze zich niet alleen. Ze was zelf haar beste gezelschap geworden en deelde haar afscheid met de koningin van de tuin. De kersenboom wist immers wat het was om dood te gaan, iedere winter weer waarna ze weer als nieuw verscheen. 

Bang voor de dood was ze niet. Ze was immers al zo vaak gestorven tijdens het leven. Ze was gestorven van haar jeugd. Ze was gestorven van haar droom om dierenarts te worden toen bleek dat wiskunde niet haar talent was. Ze was gestorven van haar grote liefde die voor een ander koos. Ze was gestorven van haar eigen grootsheid toen ze in een depressie was geraakt. Ze was gestorven van allerlei illusies over zichzelf en de wereld om haar heen. Ze was gestorven van te veel om op te noemen. Ze was er niet bitter door geworden. Nee, ze zag de schoonheid van al die doden die ze was gestorven want uit elke dood was iets anders moois ontstaan. Iets nieuws werd door dat sterven elke keer weer geboren. Iets wat ze zelf niet had kunnen voorspellen. Ze had geleerd dat het leven beter wist dan zijzelf wat goed voor haar was. Ook al was dit soms pijnlijk geweest uiteindelijk had het haar altijd verrijkt. Gek genoeg juit omdat ze er dieper en soberder van was geworden, wat had geleidt tot het vinden van geluk in de eenvoudige dingen van het leven. Het ervaren van diepe schoonheid  en geluk in het drinken van een kopje thee in de ochtendzon of het zien van kunst in de lucht door het steeds veranderende schouwspel van wolken en licht. Het was allemaal een uitdrukking van het goddelijke spel dat we ‘het leven’ noemen,  wist ze. Maar omdat te leven moest ze eerst sterven van wat ze zelf had bedacht over hoe het leven moest zijn. Zonder al die ideeën en voorwaarden was ze niet langer afgeleid van de realiteit en was ze zonder weerstand geweest tegen het leven zoals het was. Zo had het leven haar kunnen laten zien wat het voor haar in ‘petto’ had. Ze was zich bewust dat de sturing van het leven haar had gebracht waarvoor ze hier op aarde was gekomen. Door overgave aan de lessen van pijn, verdriet en angst had ze de wijsheid, vreugde en liefde van het leven zelf ontdekt. Het leven dat zijzelf ook was en geen naam of leeftijd kent. Haar diepste kern die nooit was veranderd ongeacht haar leeftijd. Dat wat altijd hetzelfde was gebleven of ze nu zes, 26 of 56 was geweest. Dat wie ze nog steeds was nu ze 86 was. Dat wat ze herkende in de kersenboom, in de kat en ook in haar kinderen.

Nu ging ze dood van haar leven en ze vertrouwde erop dat het leven van daaruit iets zou laten ontstaan wat passend was voor haar. In ieder geval meer passend dan haar oude en versleten lichaam wat vermoeid en pijnlijk voelde. Ze bedankte de kersenboom, haar lichaam en haar leven voor alles wat het haar had gebracht. Ze voelde een diepe liefde en een traan van ontroering en dankbaarheid rolde over haar wang. Ze sloot haar ogen en leunde met haar hoofd achterover in het kussen. Ze blies haar laatste aden uit terwijl het laatste blad uit de kersenboom naar beneden dwarrelde waarna de wind het opving en over de schutting van de tuin blies.

- Angelique Romeijn



© angelique romeijn