faalangst - verhaal over zelfonderzoek

Ze voelde zich nerveus en onrustig en wenste wat dat betreft dat de avond voorbij was. Anderzijds keek ze ook naar de avond uit om haar passie te delen met de aanwezigen en hen te inspireren ten aanzien van de schoonheid en diepte van het ouderschap. Het begeleiden en vrijlaten van kinderen en hen te gebruiken als spiegel om tot helderheid te komen wanneer uitgedaagd en in de stress vanwege hun gedrag. Maar nu overschaduwde de zenuwen het plezier. Ze wist dat als ze eenmaal voor de groep stond, het gevoel van nervositeit na zo’n tien minuten zou afnemen wanneer ze voldoende vertrouwen had dat het goed ging en ze werkelijk op dreef kwam. Als haar mind op zij stapte en de flow het over kon nemen. Elke keer was ze weer bang dat ze zou blijven hangen in de zenuwen en niets meer zou weten en dat terwijl dit nog nooit was gebeurd. Dit stille drama vooraf was altijd een stuk benauwder en voelde veel akeliger dan de uiteindelijke werkelijkheid waarin ze zich altijd wist te herpakken. 

Ze had nog twee uur voordat ze weg moest en er was niemand thuis. Ze ging zitten op een stoel in de keuken en sloot haar ogen en vroeg zich hardop af “Waar ben je zo bang voor?” Na een seconde of tien leek het antwoord vanuit haar buik te komen in beelden en telepathische communicatie. Ze zag een publiek dat enorm moest lachen want ze kwam niet meer uit haar woorden en voelde zich enorm ongemakkelijk. Zeg maar gerust een complete afgang. Ze voelde zich afgewezen. Tegelijkertijd realiseerde ze zich dat ze stilte kon nemen en tegen de aanwezigen kon zeggen dat ze even vast zat. Dat was sterk en kwetsbaar tegelijk. Hoogstwaarschijnlijk zou niemand daarom moeten lachen. Naast het feit dat ze van te voren helemaal niet kon weten of ze vast zou lopen, wist ze ook niet of iemand moest lachten. Het gevoel bleef en ze concentreerde zich op de misselijke sensatie in haar buik dat steeds groter leek te groeien. Ineens leek het te imploderen en zag ze zichzelf als klein meisje in een blauw zomerjurkje voor een spiegel staan. Ze herkende de situatie gelijk. Het was op het feest van haar grootouders en ze moest zo’n jaar of acht geweest zijn. 

Het feest van haar grootouders was zo’n beetje de meest bijzondere dag van het jaar. Op haar verjaardag na dan. Heel de familie kwam dan samen en er was een band en er werd veel gelachen en gedanst. Iedereen leek blij en anders. Echt een feest. Ze keek naar haar spiegelbeeld in de grote spiegels van de feestzaal en was voor even haar hele omgeving vergeten. Wat een prachtige nieuwe jurk en wat een mooie blonde feestkrullen. Die had haar moeder in haar haar weten te draaien. Ze  deed haar armen in de lucht en draaide een pirouetje als een echte ballerina waardoor haar rok zo mooi wijduit golfde. Ze stond stil en liet haar armen wat zakken. Ze vouwden zich als vanzelf over haar hoofd heen. Opeens schrok ze op toen ze een stem hoorde roepen; “Hé kijk die kleine daar nou. Ze is aan het kijken of er al haar onder haar armen groeit!” Het was de stem van een oom die achter haar aan een tafeltje zat en naar haar wees. Het gezelschap dat bij hem aan tafel zat moest lachen om zijn grap. Schaamte overmande haar en het voelde pijnlijk en verwarrend. Alsof onschuld omboog naar betrapt zijn. Maar waarop? Het was niet waar wat hij zij en ze begreep het ook niet helemaal. Ze voelde zich beschaamd en vernederd en het gelach galmde nog lang na in haar oren. Ze rende weg naar de wc en voelde zich paniekerig want ook al begreep ze de grap niet helemaal, het was zeker dat er iets behoorlijk mis was met haar.

Dit incident uit haar jeugd was ze al lang vergeten maar was compleet tot leven gekomen via dit gevoel. Ze keek nogmaals naar de situatie met afstand en zag hoe het kind in al haar onschuld verzeild was geraakt in haar eigen wereld. Vol bewondering voor haar eigen verschijning op een heel onschuldige manier. Eigenlijk heel onpersoonlijk. Ze vond gewoon mooi wat ze in de spiegel zag. Het had net zo goed een ander kind kunnen zijn dan had ze met dezelfde bewondering gekeken. Ze keek nu naar haar oom en zag als volwassene wat het kind niet gewaar was. Haar oom was totaal niet afgestemd op haar en was al lang niet meer in contact met zijn eigen onschuld waardoor hij het ook niet herkende in het meisje. Een grap was opgekomen en hij had het er gewoon uitgegooid. Misschien had de drank ook wel een rol gespeeld in zijn ongevoeligheid. Hij had van haar onschuld iets anders gemaakt en dat had het kind het gevoel gegeven dat er iets mis was met haar onschuld en dus was er iets mis met wie ze was.

Hij had de lachers op zijn hand gehad. Het gelach en het moment waarop het kind het middelpunt was geweest had hooguit vijf seconden geduurd daarna hadden ze zich weer omgedraaid en waren verder gegaan met hun gesprek.  Het hele incident was voor de volwassenen vergeten.  Zo gaat dat zag ze als we het druk hebben met onszelf. Verloren in onze eigen wereld kunnen we niet afstemmen op de wereld van de ander. In dit geval van het meisje. Het was helemaal niet kwaad bedoeld, het was met name niet sensitief en vooral gericht op de eigen behoefte van lollig zijn . Bovendien had haar oom geen idee gehad van wat het effect was van zijn grap. Wellicht had hij anders zijn mond gehouden of er nog een kaasblokje in gestopt.

Ook zij had als volwassene wel eens ongevoelig naar een ander gereageerd, wat ze later pas had ingezien. Of al die andere keren waar ze zich niet bewust van was. Misschien niet zo bot als haar oom in dat moment, ten aanzien van een kind en ten overstaan van een groep ... maar toch. Wat in haar oom leefde, leefde ook in haar. Het was allemaal één grote verwarring.

- Angelique Romeijn



© angelique romeijn